Verslag startbijeenkomst 16 maart 2010

Op 16 maart 2010 heeft de eerste bijeenkomst plaatsgevonden van de nieuwe Vereniging Ambtenaar & Recht. In enkele maanden tijd hebben zich voor deze Vereniging meer dan 300 leden aangemeld. 114 leden waren aanwezig bij de startbijeenkomst. Na een welkomstwoord van de voorzitter, mevrouw mr. M.B. de Witte-van den Haak, zijn er korte inleidingen gehouden door een viertal sprekers, te weten prof. mr. R. Bekker (bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen te Leiden), prof. mr. L.C.J. Sprengers (bijzonder hoogleraar Albeda leerstoel te Leiden), de heer P. Fey (bestuurslid van CNV Publieke Zaak) en mr. H.A.A.G. Vermeulen (coördinerend vicepresident van de CRvB).

De voorzitter constateerde dat er kennelijk behoefte bestaat aan een Vereniging als deze, omdat sprake is van een grote mate van belangstelling voor het onderwerp "arbeidsverhoudingen bij de overheid". Zij wees erop dat de publieke sector omvangrijk is en dat daarin 954.000 mensen werken. De Vereniging wil graag toegankelijk zijn voor eenieder die op enigerlei wijze is geïnteresseerd in ambtenarenrecht en arbeidsverhoudingen bij de overheid. De Vereniging is dus uitdrukkelijk niet alleen bedoeld voor juristen.

Mevrouw De Witte wees op de samenhang tussen een visie op de overheid een visie op ambtenaarschap. Voorts memoreerde zij de discussie over de ambtelijke rechtspositie en het belang van de integriteit van de ambtenaar. Zij constateerde dat deze onderwerpen binnen de Vereniging de nodige aandacht behoeven, evenals talloze bijzonderheden van het ambtenarenrecht, zoals rechtsbescherming, collectieve arbeidsvoorwaardenvorming, medezeggenschap, werkgeversaansprakelijkheid, stakingsrecht, uitoefening grondrechten, etc..

Prof. Bekker noemde de huidige Ambtenarenwet een legislatief wangedrocht. Zijns inziens is er alle reden hier eens kritisch naar te kijken. Voor de ambtenarenrechtelijke regelgeving, zoals de Ambtenarenwet en het ARAR, geldt volgens hem dat deze zijn gebaseerd op wantrouwen jegens de ambtenaar en het veiligstellen van belangen. Wat betreft de eisen die gesteld worden aan ambtenaren, komt de regelgever niet verder dan het benadrukken van termen als "nauwgezet, ijverig, zorgvuldig en plichtsgetrouw". Zijns inziens bestaat behoefte aan moderne wetgeving, gericht op verbetering van de kwaliteit van de overheid respectievelijk het ambtenarenapparaat. In dit verband wees hij op de zogenaamde "Public service act", zoals deze in Australië geldt. Daarin zijn zogenaamde "public values" vastgelegd, die prof. Bekker inspirerend, kort en krachtig noemde. Zijns inziens dient ook in Nederland de ambitie te zijn dat de beste "public service" wordt geboden, hetgeen ook consequenties dient te hebben voor de rechtspositie. Zijns inziens zouden in de komende jaren de volgende onderwerpen door de Vereniging aan de orde moeten worden gesteld:

1. De ambtelijke status: zijns inziens dient de eenzijdige aanstelling te worden vervangen door een systeem dat uitgaat van wederkerigheid (arbeidsovereenkomstenrecht). Hij verwees in dit verband naar de situatie in Denemarken en Zweden.
2. Het procesrecht: dit dient volgens de heer Bekker aanzienlijk te worden vereenvoudigd.
3. De regelgeving die betrekking heeft op ambtenaren: volgens de heer Bekker moet de administratieve lastendruk en de regelgeving worden verminderd. Ambtenaren moeten niet worden "ingesnoerd" in regels, aldus de heer Bekker. Hij constateerde dat er voor de Vereniging veel werk te doen is.

Prof. Sprengers wees in zijn inleiding op de plaats die het ambtenarenrecht inneemt in de rechtswetenschap. Hij constateerde een verschuiving van bestuurs-recht naar civiel arbeidsrecht. Voorts constateerde hij dat betrekkelijk weinig aandacht wordt besteed aan het onderwerp ambtenarenrecht op de universiteiten. Volgens hem zou de agenda voor de Vereniging moeten zijn:

1. "Normalisatie" van de arbeidsverhoudingen.
2. Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt: op termijn valt een krapte te verwachten ten gevolge van onder meer de vergrijzing.
3. Flexibiliteit: er moet sprake zijn van multi inzetbaarheid van ambtenaren ten behoeve van de overheid, actieve loopbaanbegeleiding en verplaatsing.
4. Professionaliteit: het uitgangspunt van wantrouwen dient te worden vervangen door het uitgangspunt van vertrouwen in de ambtenaar. Tevens dient het creëren van eilandjes binnen de overheidswereld te worden voorkomen.
5. Leeftijdsbewust personeelsbeleid: rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid dat ambtenaren langer zullen doorwerken en dat in verschillende leeftijdsfasen verschillende eisen en wensen aan de orde kunnen zijn.

Wat betreft het zogenaamde "normalisatieproces" wees de heer Sprengers erop dat de discussie over de ambtelijke status reeds gaande is sinds 1958. Sindsdien zijn er talloze adviezen en rapporten over dit onderwerp verschenen. De heer Sprengers sprak de verwachting uit dat dit onderwerp binnenkort weer actueel zal worden. Sprengers sloot zich aan bij Bekker en noemde de Ambtenarenwet een "rare wet". Voorts betwijfelde hij of het bestuursrecht geschikt is voor conflictoplossing. Tegelijkertijd wees hij erop dat ook in het civiele arbeidsrecht reeds jarenlang een discussie plaatsvindt over aanpassing daarvan. Met name het duale ontslagstelsel is geen rustig bezit. Hij pleitte voor aanpassing en harmonisatie van beide systemen, zowel het civiele arbeidsrecht als het ambtenarenrecht. Zijns inziens wordt het tijd om een nieuw arbeidsrecht in te voeren. In dit kader wees hij ook op de jurisprudentie van de Hoge Raad en de Centrale Raad van Beroep inzake ontslagvergoedingen, de publicatieverplichting met betrekking tot topinkomens en het voorontwerp inzake maximering van de ontslagvergoedingen. Hij riep de Vereniging op om, eventueel in samenwerking met de Vereniging voor Arbeidsrecht, twee pre-adviseurs aan te wijzen met het verzoek advies uit te brengen over een nieuw arbeidsrecht.

De heer Fey ging nog verder terug in de geschiedenis. Hij wees op publicaties van Verf en Krabbe in de negentiende eeuw. Eerstgenoemde schreef reeds in 1864 over de noodzaak van bescherming van de ambtenaar tegen mogelijke willekeur van de Minister. Destijds werd de noodzaak gezien van versterking van de rechtspositie en bevordering van het onafhankelijk denken en handelen van de ambtenaar. De Ambtenarenwet 1929 was destijds een aanwinst, omdat er daarvoor nog geen wettelijke regeling was voor de rechtspositie van de ambtenaar. Hij wees op tal van ontwikkelingen nadien, zoals de ontwikkeling van het stakingsrecht, het Europees Sociaal Handvest en de verzakelijking van de arbeidsverhoudingen in de jaren "80. De invoering van het zogenaamde overeenstemmingsvereiste en het sectorenmodel noemde hij een goede zaak. Voorts wees hij op diverse ontwikkelingen als de wijziging van de pensioenwetgeving, de invoering van de Wor, de OOW-operatie, de regelgeving rond tijdelijke aanstellingen, de Wet arbeid en zorg, de Zorgverzekeringswet, e.d.. Ook de vele discussies over het onderwerp "integriteit" en de invoering van gedragscodes, noemde hij een goede zaak. Er bestaat grote behoefte aan duidelijkheid over de gewenste cultuur binnen de overheid.

De eventuele overgang naar civiel arbeidsrecht noemde hij niet erg. Wel wees hij erop dat de angst bestaat dat een dergelijke overgang uitsluitend wordt ingegeven door bezuinigingsdrift. Voorkomen dient te worden dat de ambtenaar het kind van de rekening wordt voor fouten die elders in de economie (de financiële wereld) zijn gemaakt.
De heer Fey benadrukte het nut van een actieve rechter. Een overgang naar het civiele arbeidsrecht zou volgens hem goed zijn voor de verdere ontwikkeling van het aansprakelijkheidsrecht. Voorts zag hij het nut in van harmonisatie door middel van de mogelijkheid van cassatie bij de Hoge Raad. Daar staat tegenover dat hij de huidige bezwarenprocedures niet zou willen missen. Zij leveren in zijn visie een grote bijdrage aan conflictoplossing.

Mr. Vermeulen benadrukte dat hij op persoonlijke titel sprak. Een rechter spreekt immers uitsluitend door middel van zijn uitspraken.
Zijns inziens blijkt uit de aandacht voor het ambtenarenrecht dat het vakgebied er toe doet. Hij constateerde echter ook een groot gebrek aan kennis: van het toepasselijke recht, van de jurisprudentie en vaak ook van de feiten. Bij wijze van voorbeeld noemde hij de zogenaamde "hanenkamuitspraak" van de Centrale Raad van Beroep die in de pers volkomen onjuist is geïnterpreteerd. Er bestaat grote behoefte aan vermeerdering en verbreding van kennis. Vermeulen wees in dit verband op de volgende wijdverbreide misverstanden:

1. Ambtenaren zouden niet kunnen worden ontslagen: als dat zo zou zijn, waarom zijn dan in de afgelopen jaren bij voortduring de wachtgeld- en uitkeringsregelingen verslechterd, aldus Vermeulen?
2. De noodzaak tot het toekennen van gouden handdrukken: hij wees er in dit verband op dat uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep blijkt dat deze in het geheel niet bestaat.
3. Gebrek aan integriteit: hij wees erop dat dit thema al jaren in de belangstelling staat en dat de jurisprudentie hierover buitengewoon strikt is. De eisen die gesteld worden aan ambtenaren en bestuurders zijn hoog en normschendingen kunnen zwaar worden gestraft.

Vermeulen constateerde ook dat de Centrale Raad van Beroep een nuttige rol heeft kunnen vervullen in de afgelopen jaren, bijvoorbeeld door leemten in de regelgeving op te vullen. Hij noemde als concrete onderwerpen het schadevergoedingsrecht en de uitkeringen bij ontslag. In ieder geval is er kennelijk geen algehele ontstemming over de rol van de Centrale Raad van Beroep, aldus Vermeulen. Met enige fierheid voegde hij daar de constatering aan toe dat er wel discussies zijn over de rol van de kantonrechters en de gerechtshoven in het civiele arbeidsrecht. Voorts wees hij erop dat de Hoge Raad weinig uitspraken doet en zich nooit uitlaat over de feiten, in tegenstelling tot de Centrale Raad van Beroep.

Tot slot wees Vermeulen op de nuttige rol die de Vereniging zou kunnen vervullen als platform voor discussie over rechterlijke uitspraken.

De voorzitter concludeerde dat er ruim voldoende onderwerpen zijn voor discussie binnen de Vereniging en dat het nodige werk kan worden verzet. Zij riep eenieder op om alvast de datum 9 november 2010 te noteren in de agenda, omdat de Vereniging dan een themabijeenkomst zal houden.